|
Geschreven door -
|
Lezen: Hebreeën 10:19-22
God woonde temidden van Zijn verloste volk in het Heilige der heiligen, dat van het
Heilige gescheiden was door een voorhangsel (Exodus 26:31-33). De weg tot dat Heilige
der heiligen was voor iedereen gesloten. Slechts éénmaal per jaar mocht de hogepriester
binnengaan met bloed om verzoening voor het volk te doen (Leviticus 16).
Al de offeranden hadden slechts één doel, nl. om het mogelijk te maken dat de Heilige
God kon wonen in het Heiligdom temidden van Zijn verloste volk. Toen Jezus Christus
het werk der verlossing op Golgotha had volbracht, scheurde het voorhangsel van boven
naar beneden doormidden. Al de offeranden met hun ceremonieën hadden plotseling hun
functie verloren. Het waren schaduwdiensten, die wezen naar Christus. In Kolossensen
2:17 staat: "Welke zijn een schaduw der toekomende dingen, maar het lichaam is van
Christus".
In Hebreeën 10:19-22 leert het Woord ons die geloven, dat wij volle vrijmoedigheid
hebben om in te gaan in Gods Heiligdom dat Boven is door het bloed van Jezus Christus,
onze Hogepriester. De gelovige Israëliet mocht zijn hogepriester niet in het Heiligdom
volgen. Van onze Hogepriester zegt het Woord: "Daar de VOORLOPER voor ons is
ingegaan, Jezus ....." (Hebreeën 6:20).
Wij mogen Hem volgen in het Heiligdom. Christus heeft de nieuwe, levende weg
daarheen ingewijd door het voorhangsel, dat is Zijn vlees. Hij is met Zijn bloed het
Heiligdom ingegaan en heeft voor ons verzoening aangebracht, zodat de Heilige God ons
altijd in Zijn nabijheid kan ontvangen. Wij hebben de vrije toegang gekregen tot het
Heilige der heiligen dat boven is.
Hoe wonderbaar veelomvattend is het werk der verlossing van Jezus Christus. Eenmaal
bij de voleinding der eeuwen is Christus geopenbaard om door Zijn offer de zonde teniet
te doen (Hebreeën 9:26). In Hem worden wij geheiligd, apart gezet, en zijn wij voor
eeuwig volmaakt (Hebreeën 10:14) Wij, eens verloren zondaars, zijn voor altijd geheiligd
door het offer van het lichaam van Christus (Hebreeën 10:10).
|