Sunday 05 September 2010
13 - augustus PDF Afdrukken E-mail
Geschreven door -   

Lezen: Hebreeën 9:22-25

 

In Christus Jezus zijn wij het eigendom van God geworden. Hij heeft ons voor Zich
verworven tot prijs Zijner heerlijkheid (Efeze 1:14). In Christus heeft Hij ons lief met een
onuitsprekelijke liefde (Johannes 17:23). Hij wil graag dat wij in nauwe gemeenschap met
Hem leven. Hij wil ons niet alleen als Vader in Zijn Vaderhuis laten verkeren, doch ook
als een heilig God ons de vrije toegang tot Zijn hemels Heiligdom verlenen.
Hij is echter de Heilige, die geen zonde door de vingers kan zien. Wij gelovigen, zullen
zolang we in dit lichaam zijn, bewust en onbewust steeds zondigen. Bovendien schieten
we in ons geloofsleven veel tekort. God heeft hierin op Goddelijke wijze voorzien door
Jezus Christus, onze Heer, aan te stellen als onze Hogepriester bij God.
Daarom, zegt Hebreeën 2:17, moest Hij in alles de broeders gelijk worden, opdat Hij een
barmhartig en getrouw Hogepriester zou zijn, om de zonden van het volk te verzoenen.
Als volk van God hebben wij een Hogepriester nodig. De hogepriester in Israël ging met
het bloed van een offerdier in Gods Heiligdom op aarde. Onze Hogepriester is met Zijn
bloed, eens en voor altijd binnengegaan in het Heiligdom dat Boven is, waardoor Hij een
EEUWIGE verlossing heeft verworven (Hebreeën 9:12).
Hij is ons ten goede voor Gods aangezicht verschenen en heeft door Zijn offer de zonde
weggedaan (Hebreeën 9:24-26). Hoe groot is God in Zijn heiligheid, maar ook in Zijn
liefde. Altijd ziet Hij ons in de waarde van het bloed van Zijn geliefde Zoon, onze
Hogepriester.
Onze Hogepriester zorgt er voor dat wij steeds rein en heilig voor God zijn. Hoe rustig
mogen wij zijn. Jezus Christus vult bij een heilig God aan, wat wij tekort komen. Wil dit
zeggen, dat wij nu maar kunnen leven zoals wij dat willen? We weten beter. In
gemeenschap leven met God en met onze Heer en Heiland is een nauwgezet leven tot eer
van God.

 

 

 
< Vorige   Volgende >