Lezen: Efeze 4:12-16
Gods Woord zegt tot ons die geloven in 1 Petrus 2:9: "Maar gij zijt een uitverkoren
geslacht, een koninklijk priesterdom, een heilig volk, een verkregen volk .....".
In Handelingen 15:14 staat, dat God bezig is een volk voor Zijn Naam uit de heidenen te
vergaderen. Israël is Gods volk met een AARDSE bestemming, het verwacht een AARDS
koninkrijk, nl. het duizendjarig Rijk, geregeerd door hun Messias. Ons burgerschap is in
de HEMELEN (Filippensen 3:20). Wij hebben dus een HEMELSE bestemming. Als
VOLK Gode ten eigendom zijn wij uitverkoren, een heilige natie en een koninklijk
priesterschap. Als priesters worden wij in Hebreeën 13:15 vermaand om door Christus
altijd Gode op te offeren een offerande des lofs, dat is, de vrucht der lippen, die Zijn
Naam belijden.
Wij zijn ook een heilige natie, want in Christus zijn wij apart gezet. Wij zijn UIT de
tegenwoordige wereld getrokken (Galaten 1:4). De brief aan de Hebreeën is tot ons als
zijnde het VOLK van God gericht. Daarom legt Gods Geest ons in deze brief uit, dat wij
als VOLK van God een Hogepriester nodig hebben. Onze Hogepriester is Jezus Christus.
Van de GEMEENTE die Zijn lichaam is, is Christus Jezus het HOOFD (Efeze 1:22). Elke
gelovige wordt nu, in deze genadetijd, door Gods Geest toegevoegd tot de Gemeente. Wij
zijn leden van Zijn Lichaam, Christus is het Hoofd. God is door Zijn Geest bezig het
Lichaam van Christus op te bouwen. Hij wil dat wij ons aan de waarheid, dat is Zijn
Woord, houden en in liefde in elk opzicht naar Christus toe groeien, naar Hem die het
Hoofd is (Efeze 4:12, 15).
Christus en Zijn Gemeente, het is het wondere geheim Gods, dat van eeuwen her
verborgen was gebleven in God (Efeze 3:9). Als deze genadetijd voorbij is, haalt God
Zijn Gemeente thuis (1 Korinthe 15:50-54). Mensen die nà deze Opname van de
Gemeente tot geloof komen, behoren wel tot het VOLK van God, doch kunnen dan niet
meer tot de Gemeente toegevoegd worden.
|